| |
|
|
U kunt alleen instappen in deze week wanneer u de onderwerpen die zijn behandeld in week 1 en 2 goed onder de knie heeft!
De week start met intensieve oefeningen. Alle stof uit week 1 en 2 komt in eerste instantie aan de orde door middel van oefeningen, dialogen en vertalingen. Dus veel hardop lezen en de uitspraak verbeteren.
De theorie wordt niet herhaald!
Dan gaan we verder met de combinatie meewerkend, lijdend voorwerp (hoe de iemand uit week 2 iets te geven, bijvoorbeeld “ik geef jou een bloem (lijdend voorwerp)).
De volgorde in de zin is anders dan in het Nederlands, vandaar dat hier extra aandacht aan wordt geschonken. De vervoeging van moeilijke werkwoorden (die uitgaan op –acer, -ucir, -ocer en –ecer) wordt behandeld, en tevens rangtelwoorden, vraagwoorden en uitroepen.
Dan volgt het gebruik van bueno/bien etc. en de gebiedende wijs. De lesstof van week 3 wordt afgesloten met de wederkerende werkwoorden, (zich wassen) en de voor Nederlanders onbekende subjuntivo, een specifiek Spaanse manier om wensen en gevoelens uit te drukken.
|
|
|
|